Niveaus van ICT gebruik
• substitutie
• transitie
• transformatie
Substitutie of vervanging
Hierbij vervangen ICT mogelijkheden de gangbare vormen. Gangbaar is het werken uit leerboeken, die van voor naar achter worden doorgenomen.
Gebruikelijke onderwijs- en leervormen zijn doceren/luisteren en oefenen.
De inzet van ICT middelen houdt bij substitutie in het aanbieden van instructief en geordend materiaal: het werkblad niet meer op papier maar op beeldscherm.
Software: “drill and practice” , programma’s die vertellen hoe iets gedaan moet worden.
Transitie of vernieuwing
Er is sprake van het anders organiseren van het leerproces. Het is een hulpmiddel om leerlingen zelfstandigheid, zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid bij te brengen.
Leerlingen leren zelf vragen te stellen en informatie op te zoeken.
Naast de traditionele kennisoverdracht voegt ICT nu een niveau toe: de leerlingen leren de op de traditionele wijze geleerde kennis te gebruiken.
Het leren omgaan met kennis wordt een vaardigheid.
Software: leerlingen die door middel van en presentatieprogramma iets presenteren met beeld en geluid.
Transformatie of verandering
Bij transformatie is er sprake van een totale verandering van het onderwijs; niet langer leerkrachtgestuurd maar leerlinggecentreerd.
De leerling is zelf betrokken bij het eigen ontwikkelproces.
De leerlingen maken zelf keuzes, denken na en werken in een voor hen betekenisvolle context.
Leren is niet meer gebonden aan tijd en plaats !
De rol van de leerkracht wordt een coachende.
Termen die hierbij een rol spelen: probleem gestuurd onderwijs (PGO), projectonderwijs, authentieke situaties, constructivisme, portfolio.
In het studiehuis (tweede fase VO) wordt dit toegepast.
|
Redacteur(s): Hoofdredacteur
gemaakt: 22.11.2006 10:58
Aangepast: 22.11.2006 11:34